Sigaren maken en verkopen, kan je daarvoor studeren? “Ik heb van niemand iets geleerd”, steekt Karel van wal, “ik heb alles geleerd door te kijken en te doen. Sigaren leerde ik rollen van de twee sigarenmakers die bij ons werkten. Ik keek en dan probeerde ik zelf wat dingen uit. Waar ik vastliep, stelde ik vragen. Vroeger werd een sigarenmaker betaald per stuk. Ze hadden een boekje waar ze elke dag invulden hoeveel ze er hadden gemaakt. De hele dag rolden die mannen sigaren, per dag zo’n 150 stuks. Het is fijn werk. Je voelt met je vingers of het goed zit, of er voldoende tabak inzit en of ze goed verdeeld is. Dat moet juist zijn want anders brandt de sigaar slecht.”
Er liep nog wel wat volk rond in die fabriek in de Begijnenstraat. “Op de hoogdagen, toen ik hier net startte, werkte er tien tot vijftien man in ‘t fabriek. Bijna allemaal dames want het werd gezien als vrouwenwerk. De jaren nadien is dat aantal altijd verminderd. De productie in België werd duurder. Tabak en sigaren kwamen uit andere landen. De grote kapitalisten hadden betere machines in lageloonlanden en die sigaren kwamen kant-en-klaar naar hier. We hebben het aantal werkneemsters stelselmatig afgebouwd. Nooit hebben we iemand aan de deur gezet, dat was belangrijk voor ons.”
We staan bij het bosjesmachien, dat nu achteraan in de tastingruimte staat, wanneer Karel het begin van zijn verhaal doet. Hij legt uit: “We hadden vroeger meerdere van die machines en ze draaiden bijna constant. Het dient om het binnenste van een sigaar te maken, met kleine stukjes tabak. Afhankelijk van de soort, krijg je een andere smaak van sigaar. Er rollen één per één worsten uit dat spel en dan moet er nog een omblad om. Dat is het binnenste blad van een sigaar en daar gaat nadien het dekblad rond. Maar eerst moet het nog in de sigarenvorm, voor ongeveer twee uur. De tabak wordt altijd vochtig bewerkt omdat het dan nog elastisch is en vorm kan houden. Het is de verbranding van het dekblad en het omblad dat de typische witgrijze as geeft. Het is altijd een zoektocht naar de juiste combinatie die de perfecte kleur en de perfecte smaak geeft. Die machine stond vroeger beneden … Ik zal het u anders laten zien, we kunnen naar daar gaan?”
Het is niet echt een vraag, in Karels ogen staat te lezen dat hij heel graag de fabriek, nu de welnessruimte van Hotel Vé, wilt tonen. We gaan naar vanachter in een jas uit fleece die nog steeds naar tabak ruikt, hoewel Karel al jarenlang niet meer rookt. “Ik ben van de ene dag op de andere gestopt met roken. Gewoon op karakter.” Wanneer we binnenstappen in Hotel Vé via de Vismarkt, begroeten de twee dames achter de balie ons vriendelijk. “Dag meneer Windels”, zeggen ze. Karel glimlacht terug. Veel volk kent meneer Windels maar met de dag lijkt meneer Windels minder volk te kennen. In de oude fabriek / welnessruimte ontdooit Karel en babbelt hij verder op automatische piloot. “De dingen gingen vroeger gewoon vanzelf. Ik wist al van voor ik Anne kende dat mijn toekomstige vrouw samen met mij in de winkel ging staan. De mensen dachten gewoon minder na over die dingen. Het was zoals het was. Niet nadenken, gewoon doen. Mijn ouders en nonkel beslisten dat ik de sigarenzaak ging overnemen en dat heb ik gedaan. Je nam dat aan uit liefde voor je ouders.”
Er moeten toch wel dingen zijn die hij liever deed dan andere? Karel moet lang nadenken over het antwoord. “Ik deed graag de baan om onze producten te verkopen. Dat verkopen moet in u zitten. Als je graag verkoopt dan kan je dat automatisch ook goed. Maar je mag de mensen nooit iets wijsmaken. Alles moet waar zijn. De pijptabak van Semois verkocht ik graag omdat ik dat zelf ook lekker vond.” Semois, zoals de rivier? “Ja, wij hadden tabakskwekers langs de Semois. Elk jaar gingen we de oogst halen met mijn auto. Met zo’n 400 kilo tabak, tot op het dak gestapeld, kwamen wij terug naar Mechelen. De andere tabak kwam van Frankrijk, Indonesië, Sumatra, … Ik had geen vast ‘recept’, ik proefde tot het goed zat. Dat is ook altijd een beetje anders. Je kan niet altijd dezelfde tabak hebben en dan moest ik van tijd tot tijd een beetje veranderen. Maar ik wist hoe mijn product smaakte, dus dan kon ik dat altijd opnieuw maken. De mensen proefden dat immers niet, niemand heeft ooit geklaagd dat het anders smaakte.”
Karel is een vakman. Dat hoor je nog aan alles. Een vakman die soms wat teleurgesteld is in hoe de dingen vandaag de dag lopen. “Mensen werken niet meer graag. Of ze werken niet meer graag hard. Ze zijn al moe voordat ze beginnen. Dat is misschien het probleem met het idee wie de zaak ooit wil overnemen. Maar nu ben ik heel blij hoe mijn dochter het doet. Ik ben trots dat de zaak nog bestaat en het is duidelijk dat ze in handen wordt gehouden door mensen die er iets van kennen. Anders zou ze niet nog altijd bestaan. Ook met de huidige selectie van dranken is dat hetzelfde. Mensen komen naar hier en niet naar de supermarkt, dat doen ze voor een reden. Veel van de dingen zijn verleden tijd, maar schone verleden tijd. Ik kijk daar met veel trots op terug.”
|
- Specialist in tabak en sigaren sinds 1875
- Verkozen tot beste whiskyshop van het jaar 2020