Gratis verzending in België vanaf €200

 

Favorieten

Mijn account

Winkelmand

 

“Ik ben meteen in de winkel gestart nadat ik getrouwd was”, Anne start al snel met vertellen en er is geen speld tussen te krijgen. “Normaal gezien gingen wij naar Capri op huwelijksreis. Capri et puis c’est fini. Maar op onze receptie heeft nonkel Felix een maagperforatie gehad. “Goed zo”, zei mijn schoonvader, “dan kunt gij direct in de winkel starten.” Karel heeft altijd een goede band gehad met nonkel Felix. Hij moest kiezen tussen de drukkerij of de tabakszaak. Veel getwijfeld heeft hij niet; in de tabakszaak kon hij alleen zijn en de drukkerij was met zijn broers. Nonkel Felix is altijd vrijgezel gebleven, zonder kinderen. Hij was een hele grote, magere meneer. Een echte lord. En een ongelooflijk lieve man.”

 

De winkel werd al snel het terrein van Anne. “Alles in de winkel was vroeger van hout. Er waren allemaal houten schuiven en een toog die heel hoog kwam. Toen ik met ons Isabelle als babytje in de kindervoiture ging wandelen, ben ik ooit een klant tegengekomen die bijna elke dag in de winkel kwam. Hij vroeg: “Ah van wie is dat boeleke hier?” Die meneer wist niet dat ik zwanger was omdat die toog zo hoog kwam.”

 

“In de winkel heb ik het leven leren kennen, verdriet en vreugde. Ik heb de geschiedenis meegemaakt. Met de Congokwestie bijvoorbeeld, dan mocht de verlichting niet aan en iedereen moest heel voorzichtig zijn. Er zou van alles gebeuren, we zouden geen eten meer krijgen. Het leek heel ernstig. De solidariteit die toen bestond was prachtig. Maar ik heb vooral leren praten in de winkel. Niet alleen het Nederland, want ik ben Franstalig opgevoed, maar tout court leren praten. Ik herinner mij nog in het begin dat er een klant was die plots mijn hand vastpakte toen ik zijn geld teruggaf. Hij wreef erover en zei: “Gij zijt wel een lief kind hé gij.” Ik heb rustig mijn hand teruggenomen en gezegd: “Meneer, uw pakske tabak heeft u betaald en dat is van u. Mijn hand is nog altijd van mij.” Als hij weg was, kwam mijn schoonvader zeggen: “Gij zijt een goei. Gij hebt de dingen door.” Ik had de dingen helemaal niet door. Maar ik wist wel heel goed dat als er een klant onbeleefd was, de beste truc was om overdreven beleefd te reageren. Ik heb altijd Frans gesproken en dan moest ik in het Nederlands mensen bedienen. Ik kon de ‘g’ niet goed uitspreken. Maria Verbiest, die in de winkel werkte en nadien samen met haar man erboven is komen wonen, heeft mij geleerd hoe ik de letter moest uitspreken. Op een dag had ze genoeg van die Franse ‘g’. Ik moest voor de grote spiegel bij nonkel gaan staan. “Zeg eens: godverdomme,” zei ze. Ik vond dat zo leuk: ik mocht dingen doen die ik thuis niet mocht. “Godverrrrdommenondedju, godverdomme godverdomme”, vloekte ik in die grote spiegel. “Ge moet nu ook niet overdrijven, hè,” zei ze dan. Ja, Maria Verbiest was een toffe madam.”

 

Anne werd al snel mevrouw Windels. Of Madamanne, in één woord zoals het personeel haar noemde. Het personeel? “Ik heb nooit personeel gehad! Ik had medewerkers. Wie personeel heeft, die heeft een zaak die niet goed draait. Op een bepaald moment hadden wij zeker 15 meisjes die voor ons sigaren maakten. Ik heb er een erezaak van gemaakt nooit iemand te moeten ontslaan. Wij zijn pas gestopt met het maken van sigaren op de dag dat de laatste persoon uit zichzelf is weggegaan. Wij zien de mensen te graag. Karel heeft dat ook.”

 

Wie in een winkel staat, ziet veel mensen, dan is mensen graag zien een grote troef. “Je wordt een misantroop als je in een winkel staat. Ik hou van mensen. Mensen kwamen met hun geheimen naar mij. Ik heb een hart met een hele grote klep die goed op slot zat. Nooit heb ik iets verteld aan andere mensen. Nu ben ik het gewoon vergeten, dat zal de leeftijd zijn. Het liefst werkte ik op zaterdagmorgen, want dan kwamen de mensen van den buiten. “Ge weet wat ik moet hebben hé, m’n kind”, zeiden die dan als ze binnenkwamen. Daar werd misschien raar naar gekeken, misschien dat mensen dachten dat zij in de marge stonden, maar het is andersom. Zij zijn de sociëteit. Ik heb het liever recht voor de raap. Ik hou alleen maar van grijs in kleding, voor de rest is het wit of zwart.”

 

Anne vertelt graag, dat valt op. “Het liefste verkocht ik de pijpen want dan kon ik een hele uitleg geven. Soms werden de voor de hand liggende woordmopjes gemaakt. Flauw vond ik dat. Of de vergelijking met Madame Pheip uit Nero, daar moest ik ook niets van hebben. Want pijproken, dat is iets speciaals en dat is ook een kunst. Wist je dat ik ooit in Londen een wedstrijd pijproken heb gewonnen? Ik was de beste van 196 rokers. Met twee lucifers en drie gram tabak heb ik die pijp een uur brandende gehouden. En ik rookte geen pijp hé, maar ik heb mijn man altijd rustig en juist zien roken. Je moet geduld hebben.”

 

Wanneer Anne al haar verhalen vertelt, zitten we voor een houten vitrinekast boordevol pijpen, waaronder de fameuze meerschuimen wijnoogstpijp. “Ik heb de pijp gekregen van nonkel Felix en eigenlijk hebben we speciaal hiervoor een nieuwe kast gekocht. Hij is gemaakt voor de wereldtentoonstelling van 1900, uit één blok meerschuim. Soms zeg ik om te lachen tegen de mensen “Pas op, da’s zwaar!” maar eigenlijk weegt hij niets. Je kàn er in principe uit roken, maar dat is niet de bedoeling. Dit is een kunstwerk.”

 

De kunst lijkt wel de rode draad in het leven van Anne. Je kan dat breed bekijken en kunst overal zien. In een meerschuimen pijp, in muziek. Verkopen is een kunst en genieten ook. En om te genieten, heb je kwaliteit nodig. “De tijden zijn veranderd en de artikelen die we verkopen ook, maar we zijn altijd een speciaalzaak geweest. Dat heeft altijd op de gevel gestaan. Mensen vroegen vroeger ook al veel uitleg. Karel kende zijn producten ook perfect. Wij verkochten goeie producten, zuivere sigaren, zaken die wij zelf maakten.”

 

 

Er is maar één onderwerp waarbij Anne naar haar woorden moet zoeken. Dat is wanneer het gaat over hoe zij de toekomst ziet. Ze zoekt even, maar slaat uiteindelijk de nagel op de kop. “Het is goed zoals het nu is. Ik denk er niet te veel aan, aan de toekomst. Het is een moeilijke tijd om deze zaak te hebben. Misschien mogen we binnenkort ook geen alcohol meer drinken. Ik hoop vooral dat er geen ruzie komt. Eigenlijk weet ik het gewoon niet. Ik hoop dat de zaak blijft duren. Ik heb altijd gehoopt dat Michiel het zou overnemen. Zolang iemand het maar doet. Het is een hoop met een hoofdletter. Ik zal wel komen kijken, onder de vorm van een vogelke. Ik zou graag hebben dat wij het tegendeel kunnen bewijzen, dat familiezaken niet kapotgaan. Als er echt iets is, als de ziel zou terugkomen, dan zou ik graag terugkomen in Huis Windels.  Vroeger was het niet beter dan nu. Dat zeg ik nooit. (korte pauze) Maar ik zou wel heel graag nu 18 jaar zijn. Ik zou mij heel goed amuseren. Maar ik heb geen spijt van hoe ik geleefd heb.”

18+?

Huis Windels
U moet 18+ zijn om deze website te bezoeken. Gelieve uw leeftijd te verifiëren

Ben je ouder dan 18 jaar?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang de beste aanbiedingen en persoonlijk advies